5 Betekenis paradox  (web 3.0)

Naast de grotere sociale afstand, de schijnbare versplintering en individualisering, de enorme hoeveelheid informatie, prikkels, keuzes en organisaties, verandert wezenlijk hoe we ons leven en de samenleving betekenis geven. De paradigmawissel maakt de wereld om ons heen (context) minder coherent en voorspelbaar dan onze hersenen graag zien en verlies of verandering aan betekenis en identiteit dreigt. Ook in die betekenisgeving geven we computers een belangrijke rol. Na metadata om informatie en mensen te verbinden volgt nu de inhoudelijke beschrijving (RDF-ontologie). Door die uit verschillende bronnen aan elkaar te verbinden, ‘leert’ het internet (computers, big databases) betekenis: het semantisch web (3.0). Dat biedt ongekende mogelijkheden om mensen relevante informatie te bieden en mee te laten denken en doen. Dat verwachten mensen ook. Ze zijn mondiger, heet het dan.

Context

Data is nog geen informatie en in die verrijking is (gepersonaliseerde) ‘context king’. Daarom hoor je politici vaak uitspraken ontkennen door te beweren dat die ‘uit hun context zijn gehaald’. Zoals hier Clyde van Putten:

De betekenis verandert met de context. Door producten in de context van de gebruiker te plaatsen, nemen de relevantie en koopkans toe. Wat lees je liever: een artikel over pensioen of een artikel over pensioen in jouw beroepsgroep? Die context wordt grotendeels bepaald door kennis die je als gebruiker zelf prijsgeeft (privacy) en waarmee je vervolgens logaritmisch in een judogreep wordt gehouden. Je wilt een goedkope strandvakantie, googelt en krijgt dagenlang, op totaal andere websites, allerlei content over strandvakanties en zwembroeken. Het zijn vooral grote commerciële bedrijven die deze profielen en big data ‘minen’ en onwaarschijnlijk veel van iedereen ‘weten’. Al doen politieke partijen voor verkiezingen wel aan ‘microtargeting’.

Betekenis ontstaat in verbanden, tussen mensen (web 2.0) en op het semantische web ook tussen informatiebronnen. Onder water, niet direct zichtbaar op het scherm, staat een oceaan aan beschrijvingen. Zoals je in Word eigenschappen ziet als je op ¶ klikt en in html doet als je <BOLD>vette tekst </BOLD> wilt. Naast alineatekens en andere opmaak (vorm) kunnen in die broncode ook omschrijvingen (inhoud, relaties) van woorden worden toegevoegd. Door die omschrijvingen uit verschillende teksten, op verschillende websites , te combineren (regels toepassen) kunnen computers nieuwe inzichten opdoen en binnen bepaalde (vooralsnog beperkte) domeinen ‘betekenis leren’.

Door (semantische) metadata leert het internet informatie af te stemmen op wat het voor ons betekent, door de informatie die wij vrijgeven te leren ‘begrijpen’ om de juiste context van hun boodschap te bepalen. Dat levert ons relevantie op waardoor we minder overbodige informatie hoeven te verwerken en op onze individuele behoefte worden aangesproken. De vraag is hoe wij, de overheid en de markt met die mogelijkheden omgaan. Wie bepaalt die relevantie en betekenis? Wie beheert de metadata en RDF en programmeert zo betekenis? Regisseert daarmee welke informatie ons bereikt? Beïnvloedt hoe wij ons leven betekenis geven?

Informatie(technologie), of eigenlijk betekenis, is handelswaar en dé machtsfactor in de samenleving geworden, gedomineerd door de markt. Niet door de overheid, die de publieke taak burgers betrouwbaar te informeren aan de markt overlaat. Het wordt steeds duidelijker dat de digitale dominantie van de markt (mede door oneerlijke concurrentie een klein aantal tech giganten) sociale samenhang verscheurt (Facebook spijtoptant Chamath Palihapitiya) en onze democratie, integriteit en vrije wil bedreigt (Google-klokkenluiders Tristan Harris en James Williams). Follow the data.

Naast de gewone deugden en persoonlijke relaties waarin we zonder tussenkomst van bedrijven eenvoudig en concreet betekenis geven aan onze directe leef- en werkomgeving groeit zo een immens complex universum aan betekenissen waaruit contexten kunnen worden gecreëerd. De vraag is hoe we daarin zelf ons leven betekenis geven.

Zeggenschap

Wat betekent die betekenisindustrie voor onze sociale en politieke samenhangWe geven ons leven betekenis door hoe we ons verbonden voelen met anderen en met het (grotere) geheel waar we onze bijdrage aan leveren. We geven betekenis aan onze samenleving door te werken, ons verhaal te delen en onze mening te geven, door te participeren en te stemmen: sociaal en politiek burgerschap.

Daarom willen mensen inspraak en technologische mogelijkheden zijn er te over. Toch is het blijkbaar veel moeilijker te organiseren dan op een oud Grieks marktplein met alle bewoners aanwezig. In theorie verschuift de macht van overheid naar het volk, kantelt de democratie van reactieve inspraak naar proactief zeggenschap. Maar hoe geef je dat vorm? Kun je betekenis democratiseren (semantische wiki’s) en toch een gedeelde, verbindende waarheid kennen?

 

Iedereen kan op internet over een podium beschikken en overal worden meningen en voorkeuren bevraagd. Als consument krijg je daarvoor precies het gepersonaliseerde product dat je wilt. Als sociaal en politiek burger levert die (verwachting van meer) zeggenschap veel minder op. Eens per vier jaar verkiezingen en af en toe een  referendum volstaat al lang niet meer. Meer zeggenschap is politiek complex want vertrouwen dat mensen bereid zijn zich goed te informeren en in staat zijn te begrijpen waar het om gaat is er niet. En begrijpelijk: hoe komen ze aan betrouwbare en relevante informatie?

De overheid experimenteert met inspraak en participatie maar veel mensen ervaren hun bijdrage, in woord en daad, aan de samenleving als minder betekenisvol. Dat geldt zelfs in de eigen directe leefomgeving, waarvoor veel mensen zeer wel bereid zijn zich in te zetten. Er wordt veel geld geïnvesteerd om vraag en aanbod bij elkaar te brengen, met weinig succes. Burgers worden door de overheid en talloze maatschappelijke instellingen gevraagd actief te participeren in het sociale domein maar zonder dat hen de ruimte wordt gegund dat politiek vorm te geven (Menno Hurenkamp). Dat voelt als de overheid met vrijwilligerswerk ‘ontzorgen’. Dan doen de mensen het liever zelf, buiten het systeem en zelfs ertegen.

Ergens tussen die bottom-up zeggenschap en de top-down centrale besluitvorming gaat de betekenis verloren als een astronaut die losraakt van zijn ruimteschip. En daarmee de verbondenheid en het vertrouwen. En eenzaamheid vult de ruimte.

Ofwel: meer zeggenschap is van minder betekenis

De vijf paradoxen:

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *