2 Versplintering

Door ICT kunnen we de afstemming tussen vraag en aanbod personaliseren, zowel in producten als in meningen en verbindingen. In de markt werkt die personalisering prima, zolang we de keuzestress de baas kunnen en bereid zijn met onze privacy te betalen: we kopen voetbalschoenen en frisdrank met onze naam erop en lezen een eigen selectie van artikelen uit alle kranten (signatuur 2.0). Mensen willen op hun specifieke, persoonlijke behoefte worden aangesproken en persoonlijk hun stem laten horen. Daarom is de belangrijkste merkwaarde van veel organisaties tegenwoordig ‘dichtbij’. 

Sociaal en politiek lijkt de gedifferentieerde afstemming juist tot versplintering te leiden. We verbinden ons niet meer herkenbaar in een zuil, maar ‘losvast’ aan een grote diversiteit aan bubbels en zwermen, op basis van specifieke, tijdelijke meningen en behoeften.  Onze identiteit is zo eenduidig ook niet meer. Op Facebook ben je een andere set eigenschappen en acties dan op LinkedIn. Ga maar eens na hoeveel inlognamen, wachtwoorden en verschillende profielen je hebt aangemaakt.

Terwijl ICT met ‘distributed‘ systemen verbindingen in alle soorten en lagen kan ondersteunen, zoals marktpartijen laten zien, lijkt de aansluiting op sociale verbanden, verenigingsleven en politieke partijen juist veel moeilijker geworden. Individualisering (‘what’s in it for me’) is door die schijnbare versplintering de profetie die zichzelf dreigt te vervullen, terwijl we toch echt sociale wezens blijven (Paul VerhaegheIdentiteit).

OFWEL: BETERE AFSTEMMING TUSSEN VRAAG EN AANBOD LEIDT TOT VERSPLINTERING

 

De vijf paradoxen:

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *